De Voorstad groeit

Boer Niels en Ezelin Brenda

Permalink

Author: Don Fabulist

donfabulistaliasdirksluysIn de dorpspolder van Zwankendamme woonde boer Niels in een boerderijtje. Vroegtijdig stierf zijn levensgezellin enkinderen liet ze hem niet na. Na de dood van zijn vrouw verwaarloosde Niels de landerijen. e boerderijdieren deed hij van de hand, maar van de ezelin Brenda kon hij geen afstand doen. Bij versomberd gemoed bleef zij zijn lichtpunt.

Toch mocht niet gezegd worden dat de eenzaat het zonder menselijke vriendschap stellen moest. Vooral in de kroegen was hij een graag geziene gast. Met Niels onder het avondlijk cafédak draaide de donkerste stemming naar een zonnige zijde. Met Niels aan de toog verbroederden zich de ergste vijanden. Velen waren dan ook diep geschokt door het drama dat tijdens een decembernacht plaatsvond.

In zijn stamstaminee zette Niels een punt achter een avondje zwalken. Hij luidde er de klepelklok voor een laatste rondje, dronk er zijn pint leeg en nam er uitbundig afscheid van vrienden en vriendinnen. Zijn opgewektheid kende een nooit gezien hoogtij.

“Met zijn vrolijkheid wilde hij verbergen wat hij doen ging,” zeiden de polderbewoners naderhand.

Hun besef kwam te laat. De volgende dag werd Niels thuis dood aangetroffen. Gekoord hing hij koud aan de zolderingbalk. Niemand kon diep genoeg in het eenzame mensenhart kijken. Daarom kon ook niemand begrijpen wat Niels bewoog om zo gruwzaam heen te gaan.

De mensen vergisten zich en ook boer Niels had zich lelijk misrekend. Hij keerde wel degelijk weer. Echter niet zoals men hem wenste of ook niet zoals hij zichzelf graag gezien zou hebben.

Drie maanden later, aan het begin van de lente, verscheen Niels als spook in de boerderij. Voordat de boer er een eind aan maakte, had hij er nauwgezet op gelet om aan alle bekenden nog een groet te brengen. Maar hij vergat zijn dierbaarste. De ezelin Brenda kreeg van hem geen blijk van vaarwel.

Nu kon spook Niels de eeuwige rust pas vinden nadat die plooi gladgestreken was. Het spook moest eerst terdege vanBrenda afscheid nemen. Niet zomaar met wat wuiven van verre, maar met een stevige omhelzing. Brenda bracht de winter in woelige gevoelens door. Wat miste ze haar Niels! Wat snakte ze naar haar weldoener in goede en in kwade dagen!

Vertederd dacht ze aan hun dagelijkse wandelingetjes en aan de spiksplinternieuwe hoefijzertjes die ze altijd van hem kreeg. Verweesd peinsde ze aan zijn opbeurende schoftklopjes en aan de bemoedigende woordjes die hij haar zo dikwijls in het oor fluisterde.

Hoe kon Niels haar, zonder een teken na te laten, in de kou laten staan? Hoe kon hij haar in die vriesnacht heimelijk verlaten? Die vragen verjoegen Brenda’s weemoed om in de plaats een wrede woede binnen te laten. Brenda wist wel dat de mens, met zijn beladen denkvermogen, de keuze tot sterven hebben moest. Dat weten kon de kwaadheid niet bedaren.

Haar verstand en haar gevoel verstonden elkaar niet. In de jongste schemering van een heilzame lentemorgen kwam er eindelijk een verzoenende gedachte bij de ezelin op bezoek.

“Gij waart voor Niels de liefste,” sprak die. “Het liefste dat ge ziet is bij een scheiding het moeilijkste om aan te spreken. Daarom gaf hij u zelfs geen afscheidswenk.”

Brenda’s bozigheid brak. Vanachter de palissade hief ze de kop op naar het livingvenster van de boerderij. Wat zag zij daar? Een spook dat als een losgeslagene naar haar gebaarde. Het was haar Niels, dat wist ze zo zeker als dat zijn spookverschijning daar zotte kuren opvoerde.

Haar hart jubelde. Ze stormde naar het openstaand poortje, maar voordat ze naar het raam kon hollen, plukte het scheller wordend licht spook Niels van voor haar karbonkelkijkers weg.

De ezelin versteef ter plekke. In een schicht trof haar een helder inzicht.

“Spoken zijn hier op aarde om een begaan euvel recht te trekken,” schoot het Brenda te binnen. “Uit de bewegingen van spook Niels op te maken, heb ik daarmee iets van doen.”

Zoals het ‘aha’ bij mensen de inval beduidde, zo viel het Brenda met een ‘iha’ in dat het door spook Niels goed te maken zaakje het nagelaten gedag aan haar moest zijn.

“Dat spookje daar mag in het vervolg wenken wat het wil,” balkte Brenda, “het mag smeken dat het een onlust is. Geen sprake van dat ik me laat omarmen, want na de omarming ben ik Niels werkelijk voor altijd kwijt!”

Het was een kenmerk van wijze wezens dat ze om iets te bereiken niet handelden. Zulks gold zeker voor de ezelin Brenda. Voortaan bleef ze op veilige afstand buiten staan.

De ezelin luisterde elke nacht naar de jammerbeden van het spook. Elk kruimelmoment in de ochtend nam ze te baat omde spokenbewegingen te bekijken. Doch zich verroeren, dat deed ze niet.

De nachten lang zat het spook in de rafelige leunzetel voor het vensterraam te speuren naar een glimp van Brenda. Zodra het de ezelin in het eerste ochtendlicht ontwaarde, zwaaide het met de armetierige armen, peddelde het met de broze benen en trok het de snater in alle mogelijke vormen.

Slechts trekkebekkend liet Brenda de lange tanden zien. De afzijdigheid van Brenda kende geen einde. Tot overmaat van ramp kon het spook niet naar haar toegaan, want het was ertoe veroordeeld om binnenshuis te blijven.

Aan iemand vragen om de ezelin naar de boerderij te leiden, behoorde ook al niet tot de mogelijkheden. Geen ziel waagde het om langer dan één spokenschreeuw op het spookhof te blijven.

Bij elk gerucht en naar elke onder het maanlicht bewegende schaduw kreet spook Niels immers:

“Kom toch nader! Laat me u omhalzen!”

Altijd al kampte Niels met een hapering in de spraak, waarbij de ‘a’ zich soms op de plaats van de ‘e’ zette. Ooit lachte men smakelijk, toen boer Niels zei:

“Ik word pas wakker als de wakker rinkelt.”

Maar met dat ‘omhalzen’ van het spook kon niemand lachen. Geen mens hoorde daarin ‘omhelzen’.

De lente ging heen, de zomer vertrok, de herfst verdween en de winter trad in. Nog steeds sleet spook Niels het eenzaamste spokenleven. De ezelin gevoelde groot medelijden. Toch speelde ze het klaar om op afstand te blijven. Haar liefde werd tenslotte door een zekere berekening getoomd.

Door het van zorgen verstoken blijven, verzwakte de ezelin. Op een winterochtend viel ze levenloos op haar zijde. Voordat het daglicht de spokencontouren opslokte, stak spook Niels de grijpers in wanhoop naar het bladderend plafond.

In de nakomende tijd hing spook Niels met neerhangend hoofd in de schimmelfauteuil. Geen lapje hoop restte het spook. Brenda was dood! Het hels boerderijverblijf strekte zich onbegrensd in het spokenbrein uit. Zelfs de bangste wezel zou de neiging bekropen hebben om spook Niels vertroostend te omhelzen.

Op een lenteochtend, toen de morgenster in de schemering oplichtte, schrok spook Niels op. Een herhaaldelijk bonken klonk op de dorpel aan de voordeur. Gesnuif drong door het deurhout naar binnen. Spook Niels sidderde.

“Zou een spook me komen treiteren?” schokte het door de spookkop.

De deur sprong open. De lucht tochtte. Tegen de vale achtergrond van schemerlicht, droeg het deurkader de spookachtige schildering van een stille ezelin, wier oren gelijk hoornen opstonden. Spook Niels kon niet geloven dat het waar was. Daar stond spook Brenda!

Het mondgat van Niels viel glimlachend open.

“Voorwaar,” daagde het de spookboer, “Brenda weigerde mij de verlossende omhelzing, omdat ze van in het begin doorhad dat ze door de zonde van de weigering als spook zou moeten weerkomen. Ze wilde eerst spook zijn om,…om tezamen met mij,… om…”

Spook Niels krikte zich met gammele krachten uit de zetel op en strompelde zo snel het kon naar de deurdrempel. De spookezelin wachtte aan de arduinrand buiten. Op de drempel sloeg spook Niels de armen rond de hals van spook Brenda. Ze vervaagden en verdwenen in het oprijzend licht. Sindsdien spookte het niet meer ten huize Niels.

Don Fabulist, Ridder der Vagebonden van Het Kapersnest, is woonwagenbewoner. Hij put zijn inspiratie uit het mysterievolle rijk der eenzaamheid en uit het leven in de oorden die hij doorkruist. Al vertellend, in de zwerverstaal (Bargoens) zingend en al schrijvend, brengt hij ballades, fabels, sproken en sprookjes.

Meer info op www.donfabulist.be


Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Informatie

Dit bericht was geplaatst op 25/03/2009 door in NL, Short Story en getagd als , , , , .

The precautionary principle

The precautionary principle or precautionary approach to risk management states that if an action or policy has a suspected risk of causing harm to the public or to the environment, in the absence of scientific consensus that the action or policy is not harmful, the burden of proof that it is not harmful falls on those taking an action.

Categorieën

Fotos in Heirniswijk genomen

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Archief

Blog Stats

  • 11,753 hits

Sitemeter

%d bloggers liken dit: